Gerepatriëerd

Dinsdag 27 Juli 2004 om 09:26

Terug naar huis

Na drie weken toeren door Frankrijk zijn we vannacht weer thuisgekomen - met twee auto's, want de koppeling van onze trouwe Volvo 740 gaf bij het begin van de terugreis de geest. Gelukkig bleek hij zonder vouwwagen erachter en met zo min mogelijk bagage toch in staat Nederland te bereiken, anders hadden we nog een uitdaging gehad met het thuisbrengen van de spulletjes. De door de reisverzekering beschikbaar gestelde Peugeot 307 beschikte slechts over een derde van de bagagecapaciteit van de Volvo...

Maar goed, daarover later meer. Eerst deel een van het vakantieverslag. Gaandeweg zal ik foto's aan de tekst linken, maar heb alsjeblieft geduld - het is een project in wording, een deel van de tekst bestaat alleen nog in m'n hoofd en de selectie van de foto's zal ook wat meer tijd vergen dan normaal nu onze vijfjarige Jochum zich op de kunst van het fotograferen heeft gestort.

Donderdag, 15 juli 2004 – Chateauroux les Alpes

Col du Crachet

De beheerster van Cabaresse, de camping waar we hiervoor vijf dagen stonden, had ons gewaarschuwd voor de Alpen. Tussen de twee en de acht graden was het er, op het 'heetst' van de dag. Dat was andere koek dan haar Provençaalse paradijsje! De vaste gasten van “Les Berards”, de boerencamping waar we nu verbleven, gelegen op op een kilometer hoogte en omgord met machtige bergmassieven, bezworen ons dat het tot eergisteren inderdaad 'tres froid' was geweest. Twaalf graden, bibberden ze na, en ze voegden er met de nodige dramatiek aan toe: in de caravan, als om te zeggen: buiten moet het zowat gevroren hebben. Maar met ons was de warme lucht aan komen waaien, en zo was het gekomen dat we nu heerlijk in de schaduw van een paar appelbomen zaten te zingen met onze Franse buren. Dertig graden wees de inderhaast gekochte thermometer aan, en het zonlicht werd gevierd met een 'heure de Berger' – goed Frans voor een aperitiefje aan het eind van de ochtend.

Tijdens het ontbijtje met croissants, brie en jam had de buurman voor sfeervolle achtergrondmuziek gezorgd. De ene na de andere chanson zong hij met zijn soepele tenor, zichzelf begeleidend op een prachtige handgemaakte Ierse gitaar. Ik was bij hem aangeschoven om te vragen waar ik in de buurt een Spaanse gitaar zou kunnen bemachtigen. Het leek me een man die dat wel eens zou kunnen weten: per slot van rekening was hij gitarist en de manier waarop hij met de andere kampeerders in de boomgaard omging verried dat hij hier al langer kwam. Mijn vermoeden bleek te kloppen, hij kwam hier al twaalf jaar en kende de wijde omtrek. In Gap was een goed gesorteerde muziekwinkel, wist hij, en er was er eentje in Turino, in Italië. Beide lagen op zeker een uur gaans, de een achter ons, de ander te ver oostelijk om echt praktisch te zijn. Een andere keer dan maar, vandaag was een dag om rustig te genieten. Samen zongen we zijn multomap door; Frans repertoire uit de jaren zeventig en tachtig. Zijn vrouw en schoonmoeder trokken een stoel bij, Rineke schoof aan, de buurvrouw kwam nieuwsgierig luisteren naar die nieuwe stemmen en voor we het wisten zaten we we met z'n achten om de tafel, ons lavend aan elkaars gezelschap, de muziek, de warmte van de zon, de koelte van de schaduw van de appelbomen en de pastis, de port, schalen vol zoutjes en de vijfstemmige koortjes die we al improviserend meegaven aan de tophits uit vervlogen tijden. Vive la France!

-

Dit jaar zo min mogelijk Péage, hadden we besloten toen we de auto aan het begin van de vakantie zuidwaarts stuurden. De beloofde vertraging op de ring Antwerpen bleek slechts een paar minuten tijdverlies op te leveren, en overmoedig waren we via Brussel binnendoor afgezakt naar Reims. De gemiddelde snelheid op de D- en N-wegen bleek dankzij de vele pittoreske dorpjes die we doorkruisten rond de 60km/h te liggen, zodat we toen de avond inviel noodgedwongen nog voor Troyes een camping opreden. De volgende dag moesten we om twaalf uur 's middags Joëlle oppikken nabij Espalem, zo'n vierhonderd kilometer verderop. Doorrijden had geen zin: dan zouden we midden in de nacht arriveren, maar eigenlijk was het ook nog te ver weg om de volgende dag comfortabel te kunnen rijden. Vroeg naar bed dus maar, en de volgende morgen vroeg weer verder. Nog voor zeven uur reden we over de Route National met een wijde boog naar de Péage, die ons een stuk sneller naar Clermont-Ferrand moest helpen. Toch nog ruim een uur te laat arriveerden we op de afgesproken plaats, een parkeerplaatsje voor de begraafplaats bij het begin van het dorp. Joëlle had het uitstekend naar haar zin gehad bij de familie Zwaal, en na een uurtje bijkletsen reden we elk een andere kant op, zij naar het vakantiehuisje van hun dochter om in te pakken voor de terugreis, wij op zoek naar een camping.

De eerste poging mislukte: de in de ANWB Kleine Campinggids 2004 vermelde camping in Vieille Brioude bleek niet meer te bestaan. Het dichtstbijzijnde alternatief, een camping in het vijftien kilometer verderop gelegen gehucht Paulhaguet, was echter een schot in de roos. Een ruime plaats aan een riviertje, in de schaduw van oude eiken, middenin een prachtige natuurlijke omgeving. De kids vermaakten zich uitstekend met het bouwen van een dam in het riviertje, Jochum genoot extra van de draaimolen en Colder kon zijn geluk niet op: ruimte en water in overvloed en zijn baasjes hadden alle tijd en zin om met 'm te spelen. Eenmaal van de camping af leidde een landweggetje dwars door de graan-, koolzaad- en maïsvelden rondom het terrein, een tochtje van een uur dat Colder en ik tweemaal daags liepen. Geen mens in de wijde omtrek te bekennen – alleen koeien, veel koeien met grote horens. Colder blafte ze graag overeind, maar durfde ze niet goed te benaderen. De twee ezels van een geitenhoeder zagen er blijkbaar minder vervaarlijk uit en werden voortvarend door hem de wei uitgedreven. Na die ervaring hield ik 'm daar voortaan maar aan de lijn.

Na een paar dagen besloten we dat het tijd was om verder af te zakken. Binnendoor reden we naar de Ardeche, waarna we de Gorges volgden tot aan Pont-St.-Esprit. Daar sloegen we af naar Cabaresse, een afgelegen quartier van het dorpje Salazac. Twee jaar geleden waren we daar ook geweest, en we hadden ons verbaasd over de rust op de camping. Dat wil zeggen – er waren weinig mensen. Van zonsopgang tot zonsondergang tsjirpten de cigales oorverdovend in het uitgestrekte bos waarin Cabaresse ligt. Maar dat soort natuurgeluiden zijn helemaal niet storend, integendeel: ze dragen juist bij aan het gevoel van rust. De kilometerslange toegangsweg die zich van de D-weg de heuvel op naar de camping kronkelt, wordt langzamerhand bebouwd. Een dozijn huizen is erbij gekomen sinds ons laatste bezoek, maar de afstand tussen deze tekenen van beschaving en onze residentie voor de komende dagen was toch tenminste een kilometer.

De eigenaresse keek verrast op toen we de combinatie de bocht om stuurden. Ja, ze had wel plaats voor onze vouwwagen. Mochten we weer op het veldje boven staan? Prima, ga je gang, wuifde ze gastvrij. En zo stonden we even later op ons oude plekje, moederziel boven op de berg, een 'plaats' van zeshonderd vierkante meter met een tiental oude bomen voor de broodnodige schaduw. Middenin een rotsblok met vers-waterkraan, het toiletgebouw aan de overkant, het zwembad aan de linkerkant op een meter of tachtig, rechts een bomenrij op de rand van een ravijn, en achter ons een twee meter lager gelegen pad dat, zo bleek later, met veel geslinger naar het Chartreuse de Valbonne leidt.

De geplande twee, drie dagen werden er vijf, waarin we voornamelijk uitrustten en wandelden. De toeristische attracties in de omgeving hadden we de voorgaande jaren al bekeken, dus de kinderen zochten naar coconnetjes van cigales, legden voor de gevangen sprinkhanen en salamander een terrarium aan (die Ilia met zijn typisch gevoel voor humor consequent terreurium noemde, zodat Jochum nu niet beter weet of zo'n ding heet zo) of doken in het zwembad. Joëlle en ik waagden nogmaals een poging om een cache diep in de Ardeche te verschalken, maar na drie vergeefse afdalingen (en evenveel keren terug omhoog klimmen) hielden we het voor gezien. Schitterende natuur, en een avontuurlijke afdaling langs de bijna loodrechte rotsen – we hadden genoeg beleefd voor deze dag. Volgende keer proberen we 't per kano.

De zoektocht naar een vakantiegitaar (liefst een driekwart gitaartje, om het vervoerbaar te houden, en niet te prijzig vanwege de kans op beschadiging) was ook hier zonder resultaat gebleven. In het twintig kilometer verderop gelegen Bagnol was een muziekwinkel die gitaren verkocht, wist de campingbaas. Helaas bleek ter plaatse dat die zaak was opgedoekt, maar een passant wees ons op het bluesfestival dat gaande was aan de oever van de rivier en waar men ook gitaren verkocht. De beveiligingsbeambte stuurde ons weer weg: er was inderdaad een standje met gitaren, maar we konden pas 's avonds na zeven uur terecht. Naar de tent dan maar, en 's avonds met Joëlle en Ilia terug om ons geluk te beproeven. Toen we even na zevenen terugkwamen, bleken we eerst 25 euro de man te moeten lappen om het terrein op te mogen, ook al zouden we tegen de tijd dat het festijn losbarstte (rond negen uur) allang weer vertrokken zijn. De man van de beveiliging bleef stoïcijns onder onze protesten – ook de opmerking dat hij wist dat we alleen voor een gitaar kwamen en dat hij 's middags best wel even had mogen zeggen dat de toegang tot de stand betaald was maakte geen indruk. Een paar dagen later probeerden we het nog eens in Avignon. De prijs van een simpel fabrieksgitaartje bleek daar echter het drievoudige van wat je er in Utrecht voor betaalt. Toeristenprijzen alla, maar dat is toch iets te gortig.

En zo waren we nu in Chateauroux les Alpes beland, ingeklemd tussen de overweldigende bergen van de zuidelijke Ecrins en Quyeras. De muzikale buurman hielp ons aan een mooie 'ballade', een wandeling die ook voor platlanders als ons te doen moest zijn. Via een waterval, de cascade de Crachet, naar een bergmeertje. Beetje klimmen, daarna vlak door een vallei en dan nog een klein stukje omhoog, had de buurvrouw geruststellend toegevoegd. Niet te moeilijk, niet te makkelijk. Vol goede moed gingen we op pad, om na een paar kilometer 'wandelen' proefondervindelijk vast te stellen dat een hoogteverschil van 600 meter toch wel vrij veel is, helemaal bij een temperatuur van dertig graden. Zwetend zwoegden we ons een weg naar boven en na de derde noodgedwongen tussenstop in de schaduw van een van de spaarzaam aanwezige dennen twijfelde Rineke openlijk aan de haalbaarheid van de onderneming. Maar verdikkeme, links en rechts werden we ingehaald door Fransozen op teenslippers die hun dartelende kleuters slecht met moeite in toom konden houden – hop pappa, on-y va au Lac de Crachet! - en dan zouden wij, kilometervreters van de lage landen, het bijltje erbij neergooien? Dat toch nooit!

Na nog vele tientallen meters klimmen en een laatste bocht vielen onze monden open. Wat een pracht! Een woeste waterval stortte zich omzoomd door majestueuze dennen over een rotsparcours van honderden meters naar beneden.

Boven aangekomen bleek de bron van al dat natuurgeweld een snelstromend beekje te zijn. De kinderen en Colder poedelden lekker in het water, terwijl Rineke en ik kort overlegden. Joëlle, Jochum en Rineke bleven hier uitrusten, terwijl Ilia en ik met Colder zouden doorlopen naar het meer. Toen ik een kwartiertje later via de portofoon meldde dat we bijna bij het meertje waren aangekomen, vroeg Joëlle of ze ook omhoog mocht komen. Prima natuurlijk!

Terwijl Colder op 2238 meter hoogte onvermoeibaar baantjes trok in het ijskoude water, genoten Ilia en ik van het panorama in de kom. Daar bovenaan, aan de overkant van het meertje, was dat geen sneeuw? Joëlle arriveerde al snel en besloot met Ilia de strijd aan te gaan: zij klom rechtsom over de rotsen naar de sneeuw, Ilia linksom via het pad. Ik bleef beneden bij het water, op een schiereilandje, om hun verrichtingen te bewonderen en eventueel via de portofoon routeadvies te geven. Joëlle had geluk, tien meter onder de plek die we van onderaf gezien hadden bleek ook al sneeuw te liggen. Trots toonde ze een handvol ijs, en vulde een waterfles met het koude goedje als verrassing voor Jochum.

Zo koel als het boven was, zo snel steeg het kwik terwijl wij de berg afdaalden. Onheilspellend rolde het onweer door het massief, en donkere wolken pakten zich samen boven Chateauroux. Bij de camping aangekomen bleken de buren en de Patron onze tent al stormvast te hebben verankerd en de party-tent lag ingeklapt onder de luifel. Hij was gaan vliegen, legden ze uit. Snel haalde ik de voortent en de erker uit het vooronder, zodat we meer leefruimte zouden hebben bij slecht weer. Dat bleek niet overbodig: die avond en nacht regende het gestaag.

Naar de voorpagina | E-mail GJ | twee reacties

Reisgenoten

gravatar for Dave en Eef

He, ze zijn er weer!(lang leve RSS :)

Zo te horen hebben jullie genoten van een welverdiende vakantie.

Wat is Frankrijk toch mooi he?! We kijken uit naar de foto’s! ;-)

Jullie zouden enorm genieten van de prachtige Tasmaanse natuur hier! Als we ergens een cache voor je moeten plaatsen dan horen we het wel!

God’s Zegen! Dave en Eef

Dave en Eef ( E-mail ) (URL) · 27-07-’04 12:04 · Reageer op Dave en Eef

gravatar for Marc

Leuk verhaal. Met genoegen gelezen.

Marc ( E-mail ) (URL) · 04-08-’04 15:51 · Reageer op Marc



Verder lezen?

Klik op een van onderstaande 'tags' (indien aanwezig) om snel andere artikelen over dat onderwerp op KolesQueeste te vinden.


Gebruik de interne zoekmachine om KolesQueeste te doorzoeken:


Gebruik Google om KolesQueeste of de rest van het Internet te doorzoeken:

Reageer

Word even een reisgenoot en geef uw reactie:

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Geautomatiseerde spam is een plaag, beantwoord daarom deze simpele vraag.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

P.S. Wil je een eigen plaatje naast je reactie? Registreer je emailadres dan op Gravatar.com!