Bolderburen

In de zomer van 2016 werd Bolderburen opgeleverd. Een carré van 34 eengezinswoningen en 4 appartementen rondom een fraaie binnentuin in de wijk 't Zand, Leidsche Rijn, Utrecht. Een nieuw thuis voor tientallen mensen van heel divers pluimage. Jong en oud door elkaar, geboren Utrechters en splinternieuwe Utrechters, in allerlei fases van het leven, maar met één overeenkomst: vanaf die zomer waren het allemaal Bolderburen.

Dit project portretteert die Bolderbuurtjes, in tekst en beeld. Een rondje binnentuin, om iets met elkaar te delen, te verbinden, elkaar beter te leren kennen. En het plan is om de paar jaar dat rondje opnieuw te maken, zodat een tijdsdocument ontstaat. Interviews: Marijke Dunselman (MD) en Ed Heijmans (EH), fotografie: Gert Jan Kole.

Cato, Gijsje, Jojanneke en Robin


Cato

Cato
  • Leeftijd: 9 jaar
  • School: Basisschool Hof ter Weide
  • Groep: 6
Knutselen doe ik graag en in de binnentuin spelen met Mara. Mijn favoriete boek is Julius Zebra, rollebollen met de Romeinen. Daarom zijn we in de voorjaarsvakantie naar Rome geweest. Konden we het Colosseum in het echt zien! Cello spelen vind ik leuk en ik hou van varkens. Ik heb varkensknuffels en een varkensspaarpot en ik vind de Geertjeshoeve leuk.

(MD)


Gijsje

Gijsje
  • Leeftijd: 8 jaar
  • School: Basisschool Hof ter Weide
  • Groep: 4
Skaten doe ik graag en in de binnentuin spelen met Dana en Jip. Mijn favoriete boek is Harry Potter. Toen ik mijn feestje had, deden we een Harry Potter thema met toverdrankjes, zwerkbal en bezemstelenrace. Papa had een sorteerhoed gemaakt! Musicals vind ik leuk en bij Fanwork leer ik zingen, dansen en toneelspelen. De voorstelling waar we nu voor oefenen heet Sing! Ik hou van olifanten en van sushi. Ik heb olifantenknuffels en een olifantengieter. Ik wil graag naar Japan!

(MD)


Jojanneke

Jojanneke
  • Leeftijd: 46 jaar
  • Beroep: Docent Willem de Kooning academie Rotterdam

Cato: 'Mama houdt van koken en buiten zitten met een tijdschriftje. Ze vindt naar de stad gaan ook leuk. Of naar een museum. In Rome gingen we naar MAXXI, kunstenaars zijn daar ook uitvinders.'

(MD)


Robin

Robin
  • Leeftijd: 49 jaar
  • Beroep: Beeldredacteur bij Studio Sport

Gijsje: 'Papa houdt van cola en chocola. En ook van formule 1 en gitaarspelen.' Hij is fan van the Stones en films kijken is zijn passie. Hij gaat aan een nieuw boek beginnen; Mythos van Stephen Fry.

(MD)

Xavier, Pippa, Stephanie en Koen


Xavier Leurs

Xavier
  • Leeftijd: 4 jaar
  • School: Basisschool Arcade
  • Groep: 1
In de tuin speel ik graag met Kate, Mia en Jonas. Dino's zijn mijn lievelingsdieren. Zo meteen gaan we naar het werk van mama, want we gaan het slot van haar fiets doorzagen. Dat is vlak bij het Dinomuseum en daar kan je ook Freek Vonk zien. Freek Vonk is een collega van mama.

(MD)


Pippa Leurs

Pippa
  • Leeftijd: 2 jaar
  • Kinderdagverblijf: Saartje
Xavier: Pippa houdt heel veel van dieren. Ze heeft een knuffelhond en die noemt ze poesje.

(MD)


Stephanie Rap

Stephanie
  • Leeftijd: 33 jaar
  • Beroep: docent kinder- en jeugdrecht Universiteit Leiden
We woonden al in de buurt toen we zagen dat er hier gebouwd ging worden. We vinden het een prima plek. We houden van fietsen, skaten en hardlopen. Met het park in de buurt is dat allemaal heel goed te doen.

(MD)


Koen Leurs

Koen
  • Leeftijd: 34 jaar
  • Beroep: universitair docent, Departement Media en Cultuur, Universiteit Utrecht

(MD)

Arthur, Yvonne, Mia en Kate


Mia

Mia
  • Leeftijd: (bijna) 4 jaar
  • School: (bijna) basisschool Arcade
  • Groep: 1

Mia: Na de vakantie kom ik bij Xavier in de klas. Ik zit in groep geel. Op mijn kamer staat een flamingo op de muur. Ik heb een Elsa-jurk en een pietenmuts met een geel veertje.
Papa vindt deze jurk chique, maar ik zeg prinsesachtig.

(MD)


Kate

Kate
  • Leeftijd: 1 jaar

Kate zegt niet veel, maar maakt toch indruk. Ze ziet er engelachtig uit, haalt halsbrekende toeren uit op de trap en doet steeds een ander paar schoenen aan, liefst niet van haarzelf en een paar maten te groot. Ze heeft een knuffel en een pop, die respectievelijk Kees en Mieke heten. Kate ziet kans om in no time eerst mijn opschrijfboekje onder handen te nemen met een balpen en daarna haar armen en benen.

(MD)


Yvonne

Yvonne
  • Beroep: onderwijskundig adviseur

Yvonne werkt in het Diakonessenhuis en zorgt ervoor dat met name de verpleegkundigen goed getraind aan het arbeidsproces deelnemen, zodat er geen gevaarlijke situaties ontstaan. Ze gaat op de fiets naar haar werk en denkt er over om haar oude sport, softbal, weer op te pakken. Als ze weer iets meer tijd heeft spreekt ze met vriendinnen af, ze bakt graag en ze zit regelmatig in de binnentuin te kletsen, terwijl de kinderen rondstruinen. 

(MD)


Arthur

Arthur
  • Beroep: Bureauredacteur bij NOS 

 Arthur werkt bij studio sport en is daarmee een collega van buurtgenoot Robin. Hij heeft geschiedenis gestudeerd en is een voetbal liefhebber. Die combinatie bracht hem op het spoor van FK Qarabag, voetbalclub uit Nagorno Karabach en resulteerde in de uitgave van het boek: Nooit een thuiswedstrijd, een voetbaloorlog uit de Kaukasus. Erg interessant! Gaat over een voetbalclub uit Agdam die de finale om het landskampioenschap van Azerbeidzjan speelt, terwijl op dat moment hun stad in handen valt van Armeense separatisten. Sindsdien zijn de spelers vluchtelingen.

(MD)

Jordy en Kirsten


Jordy

Tijdens het gesprek met Jordy van der Veer en Kirsten Teulen spatte de bedrijvigheid eraf. Jordy werkt bij de brandweer. Na tien jaar uitrukdienst werkt hij nu in een kantoorfunctie. Hij heeft vijf kazernes onder zich en houdt zich daar bezig met uiteenlopende zaken als gebouwenbeheer, geoefendheid van het personeel en personeelszaken. In deeltijd studeert hij nog integrale veiligheidskunde. Tel daarbij op dat hij voor de VVE zowel in de tuincommissie als in de technische commissie zit en je begrijpt niet hoe er dan nog tijd overblijft voor dingen zoals werken bij de vrijwillige brandweer in Vleuten, klussen in huis en allerlei sporten uitproberen met een sport-abonnement.

(MD)


Kirsten

Kirsten werkt bij de gemeente Amsterdam als coördinator in dienststellen, wat zoveel wil zeggen als wetgeving (de wet lokaal spoor) vertalen naar de praktijk. Denk hierbij aan het beschikbaar stellen van materieel aan de vervoerder, zoals de GVB, het coördineren van vergunningen, de Noord-Zuidlijn, dat soort dingen. Daarnaast probeert ze ook allerlei sporten uit, ze zit op paaldansen, leest graag, vooral fantasy boeken. Als er dan nog tijd over is bakt ze een taart.

(MD)

Dag 1: Utrecht - Passau

Passau, 21 december 2018

De eerste reisdag zit er op. Gistermorgen vertrokken we vanuit een druilerig Utrecht, uitgezwaaid door familie, vrienden, supporters en pers.

Maar ook onderweg waren we verre van alleen. Naast de 60 chauffeurs van WeGaanZeHalen sloot een onafzienbare rij Nederlandse vakantiegelukzoekers zich bij ons aan op weg naar Oostenrijk. Zoveel auto's, zoveel dakkoffers... de Duitse infrastructuur bleek niet op opgewassen tegen de druk van deze pleziermigratiestroom van gele kentekens. Knarsend en piepend kwam de stoet regelmatig tot stilstand.

Knarsend en piepend - en sissend - kwam ook onze mooie gelede stadsbus tot stilstand, tot grote hilariteit van Twitter. Soms struikelen dromen even op praktische bezwaren, zoals een kapotte luchtketel... Geen reden om bij de pakken neer te zitten, we verzinnen een list. Opstaan en gewoon weer doorgaan!

Geen probleem zo groot of er is een oplossing te bedenken, geen file zo lang of hij lost ooit op. Tegen elf uur klopten we aan bij onze eerste herberg onderweg, in een eeuwenoud gebouw, uitkijkend over Passau.

En zo gingen we de nacht in. De langste nacht, startsein voor het Perzische lichtfeest Yalda. Kantelpunt in de natuur, begin van een nieuw seizoen. Maar voor ons een korte nacht, want morgen staan de volgende 850 kilometer op de kaart. De eerste 30 door Duitsland, daarna Oostenrijk, Slovenië, Kroatië en Servië.

En ook na die langste nacht wordt het weer licht. Ik begin de dag met een liedje in m'n hoofd. Een nieuw liedje, op een oude tekst van Huub Oosterhuis, geïnspireerd op een nog veel oudere profetie van Jesaja: "Vat moed, bevende harten: Hij-de-Enige komt, komt bevrijden, goedmaken, doet zich gelden, vreest niet!" Op naar Athene, om te vieren dat die profetie 2000 jaar geleden is uitgekomen.

Dag 2: Passau -  Нови Сад (Novi Sad)

Deze dag zat vol contrasten. 's Morgens vroeg ontbijt in de jeugdherberg, en met frisse moed op weg om de volgende 850 kilometer achter ons te laten. Onze route strategisch om de files heen kiezend zakken we langzaam maar zeker af naar het Zuiden.

Met het klimmen van de hoogtemeter daalt de temperatuur, en zo staan we opeens in de sneeuw. We zijn er op voorbereid: warme kleding in de koffers en winterbanden, sneeuwkettingen en een sneeuwschep zijn verplicht in sommige landen die we doorkruisen dus alles is aan boord. Maar wat als je in een bootje de oversteek hebt gewaagd met je kinderen in de hoop menswaardig te worden ontvangen, en de realiteit is dat je daarna een paar jaar mag gaan winterkamperen onder een geïmproviseerd dak van afdekzeil, met niets meer dan wat je aan had op je vlucht?

De files waar we niet omheen kunnen zijn die van de grenscontroles. Als we vanuit Slovenië richting Kroatië rijden worden we 10 kilometer van te voren door de navigatie van de weg af gestuurd, een parallelweg op. Eén bochtje verderop zien we de oorzaak: een file. Blij met de suggestie van de nav en trots dat we zo slim waren dat advies op te volgen rijden we vrolijk verder, over haarspeldbochtjes door prachtige bossen, en de auto pakt hellingen waar een 4x4 trots op zou zijn. Onderaan zo'n afdaling staat er opeens een slagboom. Het blijkt de grens, en we moeten terug. 

Tien kilometer terug, want zo lang blijkt de file voor de controle. We verlaten de Schengen-zone en dat betekent dat zowel Slovenië als Kroatië onze paspoorten willen zien. Nou ja, zien... Als we na anderhalf uur het loket van de Sloveense beambte hebben bereikt pakt ze de twee paspoorten voor de vorm aan en geeft ze direct weer terug na een blik op het bovenste exemplaar. Een half uur en een kilometer niemandsland omheind met hekken en prikkeldraad verderop, bij de Kroatische grenspost, overkomt ons hetzelfde. Lekker soepel, dat gaat goed! 

Bij het hokje naast ons staat een lange rij mensen op hun beurt te wachten. Eén voor één worden ze naar voren geroepen om hun paspoort te tonen. Alleen de laatste twee in de rij, beide roomblank als wij, krijgen dezelfde behandeling als wij: zij krijgt haar paspoort direct weer terug en mag doorlopen, hij krijgt vanaf een paar meter afstand een handgebaar. Prima, en door. Opeens voelt die soepele afhandeling vies, als een white privilege. 

Dat etnisch profileren niet werkt (veel te veel 'false positives', en verlaging van de pakkans voor iedereen die niet aan het risicoprofiel voldoet) blijkt later die nacht. Een van onze reisgenoten moet afhaken omdat haar paspoort niet in orde blijkt: vergeten tijdig te verlengen. De Sloveense en Kroatische grenscontrole hadden dat niet opgemerkt, maar de computersystemen van de Servische grenswachters die haar paspoort scannen registreren dat wel. En de ambassades zijn dicht vanwege Kerst, dus een noodpaspoort kan niet geregeld worden. Ze mogen niet verder mee. Enorm vervelend, buitengesloten worden vanwege een dom administratief foutje... 

We rijden verder. De volle maan beschijnt de besneeuwde, uitgestrekte vlaktes van Kroatië en geeft het landschap een raar soort troosteloze schoonheid. Ik bel mijn jarige dochter om haar te feliciteren. Toen zij geboren werd woedde hier een bloedige oorlog. Langs de weg vinden we de stille getuigen: begraafplaatsen vol jonge mensen, en af en toe een kapotgeschoten huis. Vukovar werd destijds niet voor niets Vukowar genoemd. 

En nu? Als we Vukovar binnenrijden twinkelen er overal kerstlichtjes. De stad maakt zich op voor kerstfeest en doet dat uitbundig. De vluchtelingen die destijds rust en veiligheid zochten door heel Europa keerden terug. Samen bouwen ze aan een nieuwe stad. 

Het maakt dat we met hoop in ons hart doorrijden naar Novi Sad, waar we tegen kwart voor één aankomen. Een koud biertje, een warm bed. Morgen door naar Macedonië.

Dag 3: Нови Сад (Novi Sad) - Велес (Veles)

Zo moeizaam als de eerste dagen verliepen, zo soepeltjes gleed dag drie voorbij. En dat was maar goed ook, want dat gaf de energie om er een mooie en belangrijke uitdaging bij te pakken.

Vlak voor vertrek meldt zich een verstekelinge aan boord: Linda, die korte documentaires maakt over de reis, de deelnemers en hun motivatie, schuift aan om Asjen en mij te interviewen. En zo beginnen we met z'n drieën aan de 650 kilometer lange rit van Novi Sad in Servië naar Veles in Macedonië, een stad met een geschiedenis die teruggaat tot de 2e eeuw voor Christus.

We rijden door de uitgestrekte witbesneeuwde Servische vlakten naar het Zuiden, de bergen in. Geen files bij de grens vandaag, binnen een kwartier hebben we beide grensposten verschalkt en rijden we Macedonië in.

Als we even stoppen voor een chauffeurswissel staat een vuilcontainer wat verloren op een hoek van de parkeerplaats. De inhoud is doorzocht op nog eetbare inhoud door vluchtelingen die 's nachts te voet vanuit Griekenland over de bergen een weg naar het Noorden zoeken. Wat een ellende...

De zon gaat met een sneltreinvaart onder als we Veles naderen. We laveren met de auto eerst door een kloof tussen de bergen naar de stad, en daarna door de nauwe, steile straatjes (aan beide kanten een handbreedte is genoeg ruimte om er door te kunnen) tot we de moskee bereiken, waar we die nacht te gast zullen zijn.

Lenče en haar man vangen hier vluchtelingen op doortocht op en voorzien ze van eten, drinken en kleding. Ze zijn ontzettend blij met onze komst en ervaren dat als een teken dat ze niet alleen staan in hun strijd voor een menswaardige opvang. Allemaal millimeters zegt ze, maar vele millimeters maken een kilometer. We besluiten een deel van de hulpgoederen die we hebben meegenomen bij haar achter te laten.

Ze tronen ons mee naar een grote feestzaal waar met typisch Macedonische gastvrijheid een heerlijke maaltijd voor ons wordt aangericht. Een band speelt, er wordt gedanst en die rare Hollanders wordt vriendelijk maar dringend verzocht aan te haken.

Maar dan volgt een lastige keuze. Een van de Griekse politici waar contact mee is over onze actie wil als steunbetuiging een evenement voor ons organiseren, pal voor het Griekse parlementsgebouw. Om 12 uur 's middags. Dat is best een uitdaging, want Athene ligt nog op een uur of acht rijden afstand. Dan realiseren we ons dat Griekenland een andere tijdzone hanteert: een uur later dan wij. Dat betekent dat we uiterlijk om een uur of twee 's nachts moeten gaan rijden om dat te halen. Een deel besluit direct door te rijden naar Athene, een deel gaat rijden zolang het gaat en probeert dan een slaapplek te vinden, en een deel pakt eerst een paar uurtjes rust en gaat dan pas rijden. Asjen en ik kiezen voor de laatste optie en rollen onze matjes uit op de Perzische tapijten in de moskee.

De nachtelijke rit verloopt vlot. Bij de grenscontrole moeten we even de auto parkeren omdat men het toch wat raar vindt, twee Hollanders die in het holst van de nacht vanuit Macedonië oversteken naar Griekenland, maar het antwoord 'We want to celebrate Christmas in Athens' stemt ze tevreden. We mogen door, en zo draaien we tegen half acht de snelweg af om aan de oever van de Egeïsche zee de nieuwe dag te begroeten. We gaan ze halen!

Dag 4: Велес (Veles) - Αθήνα (Athene)

In Nederland rijden we rechts, in Engeland links, maar in Athene rijdt men in de schaduw. En het is zoeken vandaag naar schaduw, want de zon schijnt uitbundig. Uit onverwachte hoeken en gaten schieten scooters alle richtingen op, zich links en rechts door gaatjes wurmend waar je vanachter het stuur het bestaan niet van vermoedde.

De afstandssensoren raken er aardig van in paniek. Over het navigatiescherm verschijnt om de haverklap een grote afbeelding van de contouren van de auto, waarop met felle kleurtjes knipperend wordt aangegeven waar en hoe ernstig de grenzen van het toelaatbare worden overschreden. Veel geschreeuw om niks want we lopen nog geen schrammetje op, maar lastig is het wel want al die plaatjes en waarschuwingen die over het navigatiescherm heen komen benemen ons steeds het zicht op waar we nu naar toe wilden, waardoor we in het spinnenweb van eenrichtingsverkeer onze afslagen missen en hopeloos verdwalen. Fort Europa in het klein.

De 'lokatie delen'-functie van Whatsapp en Google maps brengen uitkomst. Op een parkeerplaats een paar kilometer van het Parlementsgebouw steken we de koppen bij elkaar om de plannen nog even door te spreken. Een aantal auto's is nog onderweg, maar we worden om 12 uur verwacht door Petros Constantinou, een Griekse politicus. Het idee is dat we naar het Parlementsgebouw rijden, waar een gehuurde WeGaanZeHalen bus al klaar staat. De bijrijder stapt uit, gewapend met de Engelstalig brief die eerder al aan Tsipras is gestuurd, en een Griekse brief van Petros met uitleg voor politieagenten met arrestatiedrang. De chauffeur rijdt door om de auto te parkeren, terug te lopen en zich aan te sluiten bij de groep. Die Tsipras-brief gaat symbolisch in een rode rolkoffer. Doel: zo veel mogelijk aandacht vragen voor de problemen van vluchtelingen, maar niet teveel overlast veroorzaken want de ME busjes staan al klaar. Kwestie van balans, koorddansen op het touw van het demonstratierecht.

Als we na een chaotische rit bij het Parlement aankomen blijken we niet alleen. We worden gesteund door vluchtelingen die van de actie hebben vernomen en zich op hun beurt gesteund voelen door onze komst. Rikko legt aan de toehoorders uit wie we zijn en waarom we hier naartoe zijn gereden, Petros onderstreept de noodzaak om dit samen op te lossen, en we zingen een die nacht door Karel Baracs geschreven lied op de melodie van 'Alle Menschen werden Brüder':

Come and stand up Europeans,
since our good old continent
sells away its fine tradition
of warm hearted tolerance.

Desperate people, locked up by numbers!
(That’s not what Europe must intend!).
We demand DIRECT PROCEDURES
for the thousands in the camps!

Come and stand up, Europeans,
for the sake of common sense!

Het lied vindt z'n weg naar de harten van de toehoorders, die het mee gaan zingen. En nog een keer, en nog een keer... Spontane samenzang, begeleid door een simpele melodica, dat werkt letterlijk en figuurlijk ontwapenend. De ME zet de helmen af en bergt de wapenstok op. Rikko en Johannes worden samen met Petros binnen genodigd om het verzoek aan Alexis Tsipras, de Griekse premier, bij het parlement aan te bieden.

Dat is meer dan we hadden gehoopt, en optimistisch gestemd gaan Asjen en ik op zoek naar het appartementje dat we hebben geboekt. Klein maar fijn, met een douche en zachte bedden, dat hebben we al even niet meer gehad... Na de twee uur slaap van vannacht lonkt het bed en als m'n hoofd het kussen raakt slaap ik.

Die avond is er een 'pot luck' maaltijd met vluchtelingen, op een parkeerplaats met uitzicht over de stad. 'Pot luck' wil zeggen dat iedereen iets meeneemt en dat deelt met ieder ander. Doordat er altijd mensen zijn die ietsje meer meenemen, kunnen ook de mensen die weinig hebben verzadigd worden. Maar hier zijn de verhoudingen té scheef. De meters door ons meegebracht voedsel zijn geen partij voor de honderdvijftig mensen die niets hebben, en dus ook niets kunnen meebrengen. We besluiten zelf niet te eten, zodat er meer is voor de anderen.

In de gesprekken wordt de realiteit van het vluchteling-zijn pijnlijk duidelijk. Wij hebben onze families achtergelaten voor een paar dagen en sluiten ze voor de jaarwisseling weer in onze armen, maar deze mensen missen hun geliefden soms al jaren, zonder uitzicht op hereniging. Wij reizen 2850 kilometer in onze comfortabele auto's om hen een hart onder de riem te steken en slapen vannacht warm en droog, zij komen uit tentenkampen op enkele tientallen kilometers afstand met de bus naar Athene, maar de laatste bus terug vertrekt voor de maaltijd is begonnen dus ze moeten terug lopen of slapen vannacht in de open lucht.

Deze mensen staan in de overlevingsmodus. De verhalen zijn intens, de misère overweldigend. Ieder grammetje vet of suiker is er één, dus wat bedacht was als een feest met muziek en gezelligheid wordt een snel aanvullen van de reserves, brandstof voor de nacht, en dan met een groot besef van urgentie over tot de kern van de zaak: wat kunnen we nu écht doen, duurzaam, iets wat niet morgen weer verbrand is maar je langer in leven houdt?

Zichtbaar geëmotioneerd onderstreept Rikko, geholpen door vertalers, dat we niets kunnen en mogen doen zonder toestemming van de overheid. Dat de bereidheid er is, dat we graag willen helpen en alles doen wat in onze macht ligt, maar dat we ze niet mee mogen smokkelen. Deze mensen, met de zool van de laars van de overheid op hun nek, ze snappen het wel. Met machthebbers moet je niet spotten. En tegelijk zegt één van hen: als ik op de overheid had gewacht, lag ik nu in een graf in Aleppo naast mijn broers. Nietsdoen is geen optie.

We nemen afscheid voor de nacht, vermoeid en verward; het is zo simpel, maar onze regels en systemen maken het zó complex. Het is kerstavond, morgen herinnert men elkaar wereldwijd aan hoe God niet ver weg bleef staan, maar Zijn Zoon zond om midden in onze bagger te komen staan en redding te brengen. Wij gaan de dag vullen met workshops, gesprekken, handen uit de mouwen, samen zoeken naar creatieve ideeën om deze impasse te doorbreken en te bouwen aan een menswaardig bestaan voor iedereen.

Dag 5: Athene, Eerste Kerstdag

Wat een dag weer. Hoog tijd om alle gedachten op een rijtje te zetten en wat puzzelstukjes op hun plek te laten vallen – en daar helpt het schrijven van deze stukjes bij.

Vooraf een persoonlijke noot.

Voor mij springt één moment er vandaag bovenuit. Bij de eerste actie van WeGaanZeHalen, de rit naar het Binnenhof in Den Haag, was mijn moeder Ettje aanwezig. Zo strijdlustig had ik haar nog niet gezien: ze was ontzettend boos over de manier waarop ons land zich onder zijn verantwoordelijkheden uitdraaide, beloftes niet nakwam en mensen slachtofferde op het altaar van de ‘politieke realiteit’, een eufemisme voor draaikonterij om je pluchen zetel te behouden. Een jaar later, in Brussel, kon ze er om gezondheidsredenen niet bij zijn maar gaf ze wel haar kentekenplaat aan ons mee als symbool van haar bereidheid naar Griekenland te rijden ‘om ze te gaan halen’. En nu, weer twee jaar van politiek getreuzel en getraineer later, heeft ze onze tijd achter zich gelaten: sinds mei van dit jaar leeft ze verder in Gods tijd. Haar favoriete deken, foeilelijk blauw maar heerlijk warm, heb ik meegenomen om namens haar aan iemand te geven die hem nu nodig heeft.

Op kerstavond had ik een gezinnetje ontmoet dat nu overleeft in een van de kampen buiten Athene. Twee kids, een drukke peuter die overal tussendoor struint en een wat zieke baby die het liefst bij haar moeder op de arm zit. Vanmiddag zie ik ze weer, en met behulp van een tolk leg ik de jonge vader uit van wie deze deken was, en dat ik hem graag aan hen wil geven. Abdullah wordt er verlegen van, vindt hun situatie niet erg genoeg – anderen hebben het nog moeilijker! Maar als ik hem vertel dat hij hem door mag geven als hij iemand tegenkomt die hem harder nodig heeft, neemt hij de deken dankbaar aan.

Het bepaalt me opnieuw bij mijn persoonlijke motivatie voor deze reis. Is het niet allemaal te symbolisch, te ‘over the top’, meer vorm dan inhoud? Zoveel tijd en geld voor iets wat zeer waarschijnlijk geen tastbaar resultaat gaat opleveren? Terechte vragen, die niet alleen door vrienden maar ook door de media worden gesteld. Voor mij lag er een sleutel in Jezus reactie op Maria, de zus van Martha en Lazarus. Jezus ligt aan tafel, zoals destijds gebruikelijk was, met de voeten naar buiten, en Maria giet een kruikje Nardusolie leeg over zijn voeten. Nardusolie is een heel sterk parfum, dat om die reden ook werd gebruikt om doden te zalven. Het hele huis vulde zich met de geur. Een heftig statement, dat niemand ontgaat, maar wel eentje die letterlijk snel vervliegt. Zo’n kruikje kostte een jaarsalaris, en Judas, verantwoordelijk voor de kas, tekent protest aan. ‘Hadden we dat geld niet efficiënter kunnen besteden? Wat een verspilling van resources.’ Maar Jezus zegt: “Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis.”

Hij ziet een diepere laag, een andere dimensie, een ander domein. Soms steekt iets over van het domein van de symboliek naar het domein van de liturgie. Die term gebruiken we nu voornamelijk om de onderdelen van een kerkdienst aan te geven, maar het komt van ‘leitourgia’, een woord dat hier in Athene werd geboren, en staat voor een dienst van het volk aan de koning. Je middelen en mogelijkheden inzetten in dienst van de koning, om diens doelen te helpen verwezenlijken. En die dienst, die liturgie, mag wat kosten.

Zo ervaar ik ook deze reis. Ja, het is een heftig statement, met 60 man naar Griekenland rijden. Wellicht vervliegt het effect sneller dan ons lief is. En ja, het is zeker kostbaar. Maar het is méér dan symboliek. We geven liefde door, en het is bijzonder om te merken hoe onbetaalbaar waardevol het voor de mensen hier is.

Terug naar de chronologie.

Toen we fysiek en mentaal klaar waren voor een nieuwe dag, bleek mijn medicatie nog in de auto te liggen. In theorie niet zo’n dingetje, maar waar dat thuis in een minuut gefikst is heeft dat hier wat meer voeten in de aarde. Parkeren op straat is namelijk geen optie, dus de auto staat in een parkeergarage een eindje verderop. En dat is geen riante garage zoals wij die kennen, maar een soort tetris-voor-gevorderden. De beheerder rijdt je auto naar binnen, parkeert ‘m met de achterbumper strak tegen een oude autoband tegen de muur en de volgende auto wordt op dezelfde manier tegen jouw auto aan geparkeerd. Zo passen er héél veel auto’s in de garage en dat is mooi want auto’s hebben ze hier in Athene te veel en ruimte te weinig. Het is alleen wat minder praktisch als de vijfde deur van de auto open moet… Tenzij je ook goed bent met schuifpuzzels, en dat was de beheerder dus daarmee was dat probleem ook weer opgelost. 

Op de terugweg scoren we koffie en ‘iets met bladerdeeg’, een combinatie waar hier een hele horecatak omheen is gebouwd. We lopen richting Communitism, het tijdelijke hoofdkwartier van WeGaanZeHalen. Op het Olympiaplein komen we wat reisgenoten tegen die samen met gids Arash wachten op een gezin voor een lokale relocatie. Arash helpt vluchtelingen aan onderdak, eerst via hotelletjes maar daarna doorstromend naar gastgezinnen, waar ze een eigen plek krijgen in de vorm van een kamer waar het hele gezin leeft en slaapt. Zo passen er héél veel mensen in een huis en dat is minder dan optimaal, maar veel beter dan slapen in de open lucht. Als het gezin waar het om gaat arriveert met hun hele hebben en houden blijkt dat beperkt te zijn tot de kleding die ze aan hebben en een enkel plastic tasje met een extra trui. We besluiten dat we niet zoveel toegevoegde waarde kunnen bieden bij deze verhuizing en lopen door naar Communitism. 

Communitism blijkt een neoklassieke villa in verregaande staat van verval. In Athene is restauratie van historische panden door bureaucratische procedures en corruptie zo tijdrovend en duur dat veel huiseigenaren de moed opgeven. Het is makkelijker en goedkoper om een oud pand tot een bouwval te laten verworden en een sloop- en nieuwbouwvergunning aan te vragen. Daardoor is er veel leegstand en bevindt in sommige wijken zo’n twintig procent van de bebouwing zich in deplorabele staat, wat de buurt geen goed doet. Vanuit de gemeenschap is er een beweging opgestaan die zulke panden kraakt en een sociale of culturele bestemming geeft in dienst van de gemeenschap, waaronder hulp aan vluchtelingen. En zo doet dit ooit statige patriciërshuis nu dienst als uitvalsbasis voor WeGaanZeHalen. 

Als alles om je heen er vervallen uitziet is de verleiding groot om maar niet al te veel op te ruimen. Maar als rechtgeaarde ‘deugterroristen’ hechten we aan rust, reinheid en regelmaat dus worden de handen uit de mouwen gestoken: vuilniszakken vol troep verdwijnen in de container en de zwabber gaat over de vloer. Tegen de tijd dat de eerste deelnemers voor de geplande workshops arriveren is Communitism klaar om ze te ontvangen. 

Het middagprogramma bestaat uit vier simultane workshops, gericht op het vinden van een uitweg uit de impasse waar de migratieproblematiek in is beland. De eerste zoekt een juridische weg, de tweede bespreekt ‘loopholes’ (gaten in de bestaande regelgeving en veilige vluchtroutes), de derde focust op volgende stappen voor WeGaanZeHalen, en de vierde is een open brainstorm.

De groep, bestaande uit reisgenoten, vluchtelingen en vertegenwoordigers van NGO’s, verdeelt zich over vier kamers en de volgende twee uur zijn gevuld met levendige discussies in het Nederlands, Engels, Arabisch en Farsi. Niemand had de illusie dat we de oplossing zouden vinden en dat gebeurt uiteraard ook niet, maar alle vier de groepen komen wel tot nieuwe ideeën, uitmondend in concrete plannen. 

Na de workshops is het tijd voor het diner. Dat gebeurt in vluchtelingenkamp-stijl: in ploegjes van vijf naar de keuken, in de rij staan, één voor één een kop soep en een paar stukken brood ophalen en eten maar! Het smaakt verrukkelijk, terwijl in de hal het ene na het andere kerstlied wordt aangeheven. 

Als ‘U zij de glorie’ wordt ingezet kijken Rikko en ik elkaar wat flabbergasted aan – maar eigenlijk is dat Paaslied ook heel passend. Want Gods verhaal met de mensen hield niet op met Kerst. Jezus is de gekruisigde, de opgestane Heer, die nu aan Gods rechterhand zit. En wij zijn hier op aarde, om onze liturgie uit te voeren. Om Gods armen te zijn, zoals in dit lied, gebaseerd op een gebed van Teresa van Ávila:

Christ has no body now but yours,

no hands, no feet on earth but yours.

Yours are the eyes with which He sees,

Yours are the feet with which He walks,

Yours are the hands with which

He blesses all the world:

Yours are the hands.

Dag 6: Athene - Veles

Het is nog vroeg op de Tweede Kerstdag als we de deur van het appartement achter ons dicht trekken. De zon neemt revanche op de druilerige Eerste Kerstdag en doet een dappere poging om Athene een mediterrane gloed te geven.

Een laatste blik op de Acropolis, en we sturen de auto richting het Noorden. Terug naar Nederland, deels langs de route die vluchtelingen nemen die niet tussen wal en schip willen vallen. Als je je laat registeren als asielzoeker in Griekenland en je vingerafdrukken daar laat afnemen, is dat volgens het Dublin-akkoord meteen je voorlopige eindbestemming. Je moet in het land waar je bent geregistreerd de procedure afwachten en mag ook niet verder reizen. Maar in Griekenland zit je klem want de procedures gaan tergend traag en Europa komt de gemaakte relocatie-afspraken niet na, zodat je jarenlang in erbarmelijke omstandigheden in een geïmproviseerd tentenkamp vast zit, zonder uitzicht op verbetering van je situatie. Veel asielzoekers kiezen er daarom voor zich niet in Griekenland te registreren maar zelfstandig over de Balkan naar het Noorden te reizen. Daarbij volgen ze de spoorlijn van Griekenland naar Macedonië, zodat ze niet verdwalen in de uitgestrekte bergen van het onherbergzame grensgebied.

Hun eerste stop in Macedonië is Гевгелија (Gevgelija), een dorpje met 15.000 inwoners net over de grens. We hebben daar afgesproken met M., een jonge vrouw met een groot hart. Ze heeft als Balkanoorlog-vluchteling 15 jaar in Utrecht gewoond, eerst illegaal en later als statushouder, en keerde een paar jaar geleden terug naar haar geboortedorp. Daar werd ze geconfronteerd met 15 verkleumde mannen, vrouwen en kinderen, die in haar schuurtje schuilden tegen de regen. Vluchtelingen helpen is in dit deel van Macedonië een ticket richting de gevangenis, maar in plaats van ze aan te geven of weg te kijken besloot ze te helpen. Van het een kwam het ander, en nu regelt ze kleding en schoeisel voor de mensen die uit handen van Europol (de Europese politie) wisten te blijven. De pechvogels die gesnapt zijn belanden in transit-kampen, waar ze wachten op uitzetting. Waarheen ze worden uitgezet is onduidelijk: de EU realiseert zich dat de situatie in Griekenland te erg is en stuurt op humanitaire gronden daar geen mensen naar terug. Misschien gaan ze naar Turkije, M. weet het niet. Ze probeert deze mensen een hart onder de riem te steken met regelmatige bezoekjes, en kleine attenties en lekkernijen voor de kinderen. De financiën blijken nijpend, de kas is op zes euro na leeg. Asjen maakt ter plekke een gift over uit het budget dat we van onze diaconie hebben meegekregen en bij het afscheid gaat nog even een rode baret rond. Als ik haar de baret gevuld met papiergeld teruggeef staan de tranen in haar ogen.

We reizen door naar Veles, waar we Lenče en haar man weerzien. Op de heenreis boden ze ons al onderdak in de moskee, en ook nu verwelkomen ze ons hartelijk. Ze wonen aan de spoorlijn, waar tussen 2014 en 2016 een miljoen ontheemden te voet langstrokken. Een gevaarlijke onderneming, want stukken van het spoor lopen door smalle rotskloven. In 2015 kwamen bij een tragisch ongeluk 14 mensen om het leven, die niet meer tijdig uit zo'n kloof konden ontsnappen en werden gegrepen door een trein.

Lenče's inspanningen voor vluchtelingen lijken sterk op die van M., maar zij en haar man genieten aanzien in Veles als een oude, gerespecteerde familie, en er wordt ze geen strobreed in de weg gelegd. Lenče kreeg in april van dit jaar zelfs de Mother Theresa Award, een Macedonische onderscheiding voor mensen die bijzondere humanitaire hulp bieden, genoemd naar de wereldberoemde non die in het nabijgelegen Skopje werd geboren. Waar M. haar werk deels onder de radar moet doen, kunnen Lenče en haar man, die een lokaal TV station runt, vrij opereren. Vluchtelingen die door de Macedonische politie worden aangetroffen, worden niet opgepakt maar naar hen doorverwezen voor hulp. In tegenstelling tot Europol (die in opdracht van de EU werkt) heeft de Macedonische politie geen behoefte de vluchtelingen terug te sturen. Nog niet zo lang geleden werd hun eigen regio ook verscheurd door oorlog, en daardoor kijkt men met andere ogen naar vluchtelingen.

Na een goede maaltijd in het restaurant van een bevriende hotelhouder rollen we de matjes uit op de Perzische tapijten in de moskee. Als iedereen een plekje heeft gevonden gaan de lichten uit: morgen een nieuwe dag.

Die morgen rijden Asjen en ik om half zeven weg. Er is sneeuw voorspeld in het Alpengebied, dus we gaan proberen vandaag zo ver mogelijk Noordelijk te komen om ruimte in het reisschema te creëren, zodat we eventuele vertragingen makkelijker kunnen opvangen.

Als we de grens met Servië passeren klopt een douanier op het raam. Na wat vorsende blikken knikt hij goedkeurend naar een collega die aan de andere kant van de auto staat. Ze lacht vriendelijk en vraagt of ze mee mag rijden. Asjen en ik kijken elkaar aan. Natuurlijk mag dat. We schuiven de 'We gaan ze halen' vlaggetjes en sjaals opzij en verwelkomen haar in de auto.

Dag 7: Veles - Zagreb

Anna heet ze, onze meereizende douanier, en als ze eenmaal gesetteld is op de achterbank tussen alle bagage ontpopt ze zich als een gezellige reisgenote. Haar auto staat ruim 100 kilometer verderop, bij de tweede tolpoort, dus we hebben de tijd voor een goed gesprek. Al snel brengen we de vluchtelingen ter sprake. Ze proberen haar grens over te steken, en het is haar taak ze tegen te houden. Maar het zijn er veel minder dan een paar jaar geleden, zegt ze, de situatie is onvergelijkbaar met 2015. En eigenlijk gaan er nu meer vluchtelingen terug naar het zuiden dan naar het noorden. Dat herkennen we: een kilometer of tien voor de grens tussen Macedonië en Servië zagen we een handjevol vluchtelingen zuidwaarts lopen langs de snelweg. Voor hen was Fort Europa onneembaar - deze keer.

Het valt me op dat er weinig afwijzends in haar toon valt te bespeuren, eerder begrip. Ze werkt nu twintig jaar bij de Servisch-Macedonische grensbewaking, ondertussen als chef (trots wijst ze op de strepen op haar epauletten) - ze heeft dus heel wat meegemaakt. Het staartje van de Balkanoorlogen, de onafhankelijkheidsverklaring van Macedonië, de opstand van de Albanese minderheid. Migratie is een gegeven waar ze dagelijks mee te maken heeft. In het ene land is het nu eenmaal beter dan in het andere.

Haar Macedonische collega's verdienen veel meer dan zij, vertrouwt ze ons dan opeens toe. Die krijgen omgerekend 500 euro per maand, zegt ze met lichte verontwaardiging in haar stem. Asjen en ik kijken elkaar aan. 'Wat verdien jij dan, als ik vragen mag?' Driehonderd euro, is het antwoord. Even is er verwarring over het aantal nullen, maar nee, het is inderdaad drie-nul-nul euro. Asjen, die net getankt heeft, vraagt retorisch hoeveel een liter bezine kost. Rond de €1,25, zegt ze. Daarom staat haar auto ook vlakbij huis en lift ze naar haar werk: zelfs met haar vier dagen op, vier dagen af werkschema zou anders de helft van haar salaris letterlijk in rook opgaan. We realiseren ons ineens dat de in onze ogen zo goedkope koffie (omgerekend een euro voor een goede cappuccino) voor de Serven heel duur is.

Dan vraagt Anna of wij weten hoe de wetgeving in elkaar steekt om naar Nederland te mogen verhuizen. Ze droomt er soms van om met haar vriend naar ons land te gaan, of anders misschien wel Zweden of Noorwegen... Mijn oudste zoon is al een paar jaar bezig met de papierwinkel om zijn vriendin uit Azië naar Nederland te laten komen, dus toevallig kan ik haar uitleggen hoe zo'n traject in elkaar steekt. Een lang, intensief en tijdrovend proces. Dat herkent ze wel; het is ook heel moeilijk om vanuit Servië naar de EU te komen. Tenzij je dokter bent, zegt Anna dan. Alle dokters vertrekken naar Duitsland na hun opleiding, want een arts verdient in Servië €600 en in Duitsland €6.000. Maar alles wordt anders als Servië lid mag worden van de EU, zegt ze hoopvol.

We komen aan bij de tweede tolpoort. Wij tikken meer af voor de gereden kilometers dan Anna tijdens die reistijd had kunnen verdienen, en zij stapt uit. We nemen afscheid - geen selfie, want dat mag niet in uniform. Anna stapt over in haar auto en wij rijden door naar het land van haar dromen.

Die dromen zijn voor ieder mens grotendeels hetzelfde, denk ik. Veiligheid voor je gezin, een dak boven je hoofd, eten op tafel, vrienden om je heen. Een menswaardig bestaan. Als mensen hebben we dezelfde basisbehoeftes en verlangens, ongeacht waar je wieg stond. En als op die plek geen mogelijkheden zijn om dat geluk te vinden, dan zoek je het elders. Anna had als grensbewaker geen oordeel over de mensen die probeerden haar grens over te steken. Ze zag dezelfde verlangens die zij ook in zichzelf herkende.

En zo nadert onze reis zijn einde. We hebben niet gekregen wat we hoopten: geen compassie van regeringen, geen zachtere harten. Geen 150 vluchtelingen op onze achterbanken. Wat we wel hebben gekregen is een boel ontmoetingen met mensen die wanhopig zoeken naar een plek om te mogen zijn. Op twitter zagen we een mooi gedicht - we kunnen het niet terugvinden, maar het was iets als: "Wilt u (be)zitten? Nee, laat mij maar (be)staan".

De boodschap die we namens tienduizenden ondersteunende Nederlanders mochten brengen, dat de vluchtelingen in Griekse kampen wél worden gezien, dat ze niet zijn vergeten en dat ze er mogen zijn, wat ons betreft in ons land, is aangekomen en had grote impact. En de talloze krantenartikelen (van lokale bladen tot Le Monde en de New York Times) en TV-items hebben ervoor gezorgd dat dit onderwerp, dat alweer zo lang ongezien en onbesproken was, weer bovenaan de politieke agenda's staat.

Wat we onderweg hebben gezien is dat een superioriteitsgevoel kweken langs de lijnen van etnische of culturele verschillen, angst (of zelfs haat) zaaien jegens bevolkingsgroepen, niet leidt tot meer stabiliteit en welvaart maar juist tot achteruitgang voor iedereen. Wie ook wil zien hoe destructief die beweging is hoeft niet verder te reizen dan de Balkan, waar in de recente geschiedenis Joegoslavië uiteenviel door tribalisme.

De God van de bijbel nodigt steeds weer, de hele geschiedenis door, uit om anderen te omarmen en te groeien: als mens, als gemeenschap, als mensheid. De beweging is altijd naar voren, naar buiten, uitbreidend naar de hele wereld - nooit naar binnen, terugtrekkend op de ogenschijnlijk veilige grond van je eigen 'stam'.

Slogans als 'eigen volk eerst', 'minder Marokkanen' of 'America first' zijn een handrem op de bewegingsrichting die God heeft ingezet. En gelukkig zijn er vele mensen, waarvan we op deze reis een aantal hebben mogen ontmoeten, die de handrem losgooien en gas geven. Soms voorzichtig, noodgedwongen onder de radar opererend, soms voluit tot op de bodem gaand. Voorwaarts.

De zegen die God geeft is nooit bedoeld voor de ontvanger alleen, maar altijd om door die ontvanger heen alle volken te bereiken. Die zegen doorgeven, dat is bouwen aan 'het Koninkrijk dat onder u gekomen is'.

Dat bouwen hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn, het bestaat juist in de kleine dingen. Boodschappen doen voor je zieke buurvrouw, doneren aan de voedselbank, een deken geven aan een kind dat het koud heeft. Zoals Lenče uit Veles zei: het zijn millimeters, maar vele millimeters maken een kilometer. En zoals de voormalig perschef van Martin Luther King, Harcourt Klinefelter, de WeGaanZeHalen-chauffeurs voorhield bij vertrek uit Utrecht: "Jezus zegt in Matheus 25: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijkste van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan."

Het lied Christmas Poor van David Adam verbindt die tekst met het wonder van Kerst: 'You are the other who comes to me: If I open to another you're born in me.' 

You are the caller, You are the poor.

You are the stranger at my door.

You are the wanderer, the unfed.

You are the homeless with no bed.

 You are the man driven insane,

 You are the child crying in pain.

 You are the other who comes to me:

 If I open to another you're born in me.

Dag 8: Zagreb - Utrecht

Ik zit thuis aan de keukentafel, de vloer is lekker warm aan m'n voeten en een verse espresso staat te dampen naast m'n laptop. Alles is weer gewoon - of is juist alles anders?

De afgelopen week tikte ik deze updates doorgaans in de auto met de laptop op schoot, af en toe opkijkend naar de weg om m'n evenwichtsorganen weer wat referentiekader te geven, terwijl Asjen de eerste chauffeurs-shift voor z'n rekening nam. Alleen het tijdstip is nog aardig gelijk - m'n ingebouwde wekker zorgde dat ik om 6 uur wakker was, ondanks de vermoeidheid van de 1.300 kilometer lange rit van Zagreb naar huis.

Toen we donderdag vertrokken uit Veles waren de wegen leeg en de weersomstandigheden prima, waardoor we al aan het begin van de middag ter hoogte van Novi Sad, de beoogde slaapplek, aankomen. In de reisplanning was dit een kortere rit, zo'n 650 kilometer, waar de laatste twee dagen elk zo'n 850 kilometer op de rol hadden staan. We zouden de toerist kunnen gaan uithangen, maar na de twee dagen in Athene en alle indrukken van deze reis waren we niet in vakantiestemming. We besluiten door te rijden naar Zagreb om reservetijd te creëren in het reisschema, voor het geval de sneeuw in Oostenrijk voor vertraging zou zorgen.

Vlak voor Zagreb boeken we online een appartementje. Het blijkt in een prachtig oud gebouw te liggen, hartje stad, recht tegenover een Spar supermarkt waar we proviand inslaan voor de volgende etappe. Als we Zagreb de volgende morgen vroeg weer uitrijden maken we even een omweggetje langs de Kathedraal van Zagreb in Kaptol, het hoge stadsdeel. Met twee torens van 108 meter hoog is de kathedraal het hoogste bouwwerk van Kroatië, een imposant gebouw. Op het plein ervoor staat een lege houten kerststal er verlaten bij. De kerstdagen zijn voorbij, de wereld raast verder.

En wij razen mee. Kilometer na kilometer asfalt rolt onder de wielen door, Slovenië glijdt voorbij en Oostenrijk laat zich van z'n mooiste kant zien: schone wegen, prachtige uitzichten. We nemen niet echt de tijd om ervan te genieten, want door de voorspoedige reis is de focus voor de dag verschoven. Als we al aan het begin van de middag Passau (de volgende geplande slaapplek) passeren, hakken we de knoop door. We geven de prioriteit nu aan de hereniging met onze gezinnen en gaan proberen door te rijden tot Utrecht. Met alle proviand al aan boord en twee ervaren chauffeurs achter het stuur moet dat kunnen, als er niet teveel files staan. Die staan er zelfs helemaal niet, en zo rijden we al rond half elf 's avonds Utrecht in.

Onderweg praten we elkaar bij over de impact van 'We Gaan Ze Halen'. De bijrijder leest steeds de artikelen voor die we van de achterban krijgen toegestuurd, de analyses in de kranten en op allerlei websites, de commentaren op Facebook en Twitter. Nu het geraaskal van de trollen en het gerommel in de onderbuik verstomt (de actie is voorbij, dus nu zoeken ze weer een volgend onderwerp om te rellen) komen de meer doordachte reacties en analyses bovendrijven. We praten erover door, en reflecteren samen op de afgelopen week. Ook de 'We Gaan Ze Halen' organisatie maakt de balans op, en stuurt een bericht rond:

"Terwijl we rustig terugrijden door Macedonië, Servië, Kroatië, Slovenië en Oostenrijk, stromen er reacties binnen. Er worden conclusies getrokken, aanbevelingen geschreven en er wordt kritiek geleverd.

Was het valse hoop? De vluchtelingen die we van te voren spreken, en tijdens en na, zeggen van niet. De EU gaf hen hoop op een menswaardige behandeling en een eerlijke procedure. Die hoop bleek vals. Iedereen die zich hier tegen verzet is hun bondgenoot. Zeker als ze zo op de voet gevolgd worden door de pers. 

Konden we niet beter gaan helpen daar? ‘Nee,’ zeiden de hulporganisaties. ‘Want wij zijn in een bepaalde mate deel van het systeem geworden. Als wij protesteren tegen het systeem, verliezen we onze hulpplek in het systeem. Daarom doen we het niet, maar het moet wel gebeuren want er is heel hard verandering nodig.‘ 

In gedachten gaan we terug naar September. Als initiatiefnemers van WGZH, een campagne die nu al drie jaar loopt, realiseerden we ons dat niemand de politiek ter verantwoording roept over de kinderen in Moria die zelfmoord proberen te plegen. Sterker nog, zijn we onszelf nog wel bewust van het humanitaire drama dat zich onder onze neus afspeelt? Een drama dat gevolg is van Europees beleid. Organisaties als Amnesty melden ons dat ze het thema niet meer op de agenda krijgen en samen met hen lanceren we de campagne kijknietweg.nl. We vliegen naar Lesbos en leggen het plan voor een kerstkonvooi aan organisaties en vluchtelingen voor. Er is twijfel, er zijn vragen maar de conclusie van hen is unaniem: ga alsjeblieft rijden. Want de kampen zijn een gevangenis en de isolatie van helpers en vluchtelingen is volkomen. 

Dus we rijden. Met lege banken in de bus en in onze auto’s. Niet om de pers, maar om onze gewetensnood. Vrienden en familie van chauffeurs steunen de actie royaal. En als Een Vandaag vervolgens meldt dat het hiermee bovenaan de politieke agenda is beland, stemt dat ons dankbaar. Er is druk ontstaan die door goedwillende politici kan worden aangegrepen. Of het verandert? Dat weet niemand. Dat het níet verandert zonder protest (op welke manier dan ook) dat is zeker." 

Nu is het zaak om door te pakken, en deze mensen in de kampen aan de rand van Europa niet opnieuw buiten beeld te laten schuiven door de politiek. Iemand maakte de opmerking dat deze actie 'dwaas' was, maar dan in dezelfde betekenis van dat woord als bij de 'dwaze moeders'. Net zo lang om recht blijven roepen tot men er niet meer omheen kan, net zoals in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter uit Lukas 18

"Het oplossen van dit probleem is geen kwestie van onmacht, maar van onwil", zei Vluchtelingenwerk-woordvoerder Martijn van der Linden gisteren in het ND. Precies dat speelt ook in deze gelijkenis. De weduwe, die is aangewezen op iemand die haar recht doet, wordt geen recht gedaan door de onrechtvaardige rechter. Niet omdat hij dat niet kan, maar omdat hij het niet wil. Maar uiteindelijk spreekt hij recht. Niet omdat zijn hart zacht is geworden of hij uit zichzelf recht wil doen, maar omdat de vrouw blijft volhouden en niet opgeeft. Dan gaat hij overstag, dan gebeurt alsnog het wonder en doet hij haar recht.

Daar gaan we voor: dat Europa recht gaat doen. Doen wat is beloofd, een faire procedure, menswaardige opvang. Als het dan niet is omdat de harten zacht zijn geworden door het wonder van Kerst, zoals we hoopten, dan maar omdat we blijven volhouden en niet opgeven.